Schelp

In mijn moeders keukenkast vond ik na haar dood een schaal vol Jacobsschelpen. Ik herinnerde me, dat ze die in de jaren ’70 en ’80 gebruikte om garnalensalade in op te dienen, als voorgerecht bij dinertjes. Natuurlijk had mijn moeder ze bewaard. Mijn moeder bewaarde alles.

De vensterbanken van haar Haagse appartement lagen vol stenen, die ze meegenomen had van haar diverse reizen. Op sommige had ze met stift geschreven waar ze ze had gevonden. Toen ik haar een keer opzocht – ze was toen al ziek – stelde ik voor om de vensterbanken af te stoffen en schoon te maken. Dat mocht niet, want dan zou ik de stenen verkeerd terugleggen. Alles moest precies zo blijven als zij het had gerangschikt.

Er was een hele grote steen bij, meer een kei, met ‘Ponte Medievale’. Vlak voor haar dood vertelde mijn moeder me over die Middeleeuwse brug, in het Noord-Italiaanse stadje Sassello. Ze had daar een merkwaardig gevoel gekregen. Alsof ze er al eerder was geweest, niet een keer, maar vele malen. Alsof ze er thuishoorde. ‘Er daalde een rust en vrede over me neer, die ik niet eerder had ervaren’, zei ze. Alleen al daarom moest ik ernaartoe, na haar dood (een artikel over mijn reisje naar Sassello verschijnt later deze maand in Libelle).

Mijn moeder had nooit rust. Als je met haar praatte, kwam je in een soort stroomversnelling terecht, die steeds vertakte. Je moest alle zeilen bijzetten om haar bij te houden. Ze was altijd vol van dingen, of fel tegen dingen. Ze stelde bijna nooit een vraag. Ze had er geen ruimte voor in haar hoofd.

Hoe zeer ik de afgelopen twintig jaar ook mijn best heb gedaan om het tegendeel te bewijzen, ik lijk op mijn moeder. Ook ik heb weinig ruimte in mijn hoofd voor anderen. Ook ik ben ongeduldig, heb nooit rust en wil het liefst dat de dingen op mijn manier gaan. “Ik vind het niet alleen maar vervelend dat je weggaat, mam”, bekende mijn jongste zoon laatst. Natuurlijk deed dat een beetje pijn, maar ik moest er ook om lachen. En ik vind het fantastisch dat hij zo eerlijk durft te zijn.

De laatste dagen word ik wel steeds zenuwachtiger. Deze pelgrimstocht is, na kinderen krijgen, het spannendste wat ik ooit heb gedaan. Ik heb geen idee wat ik kan verwachten en of ik het fysiek en mentaal wel aan kan. Met Sint Olav zelf liep het niet echt vrolijk af – hij werd vlak voor het einde van zijn tocht vermoord.

Ik was van plan een Jacobsschelp van mijn moeder aan mijn rugzak te hangen als symbool van de pelgrim, om onheil af te weren. Maar hoe ik ook zocht, ik kon de schelpen nergens meer vinden. Verdwenen in de Bermudadriehoek van ons huis. Eerst baalde ik daar heel erg van. Maar toen bedacht ik: ik heb geen symbool nodig. Mijn moeder is bij me op mijn reis. Als ik goed luister, kan ik haar horen juichen.

Reacties zijn gesloten.